Ambtelijke empathie: een nieuwe veranderopgave bij burgerparticipatie?

Burgerparticipatie inrichten kan behoorlijk lastig zijn. Welke dilemma's kom je tegen en hoe ga je als overheid hiermee om?

Ambtelijke empathie: een nieuwe veranderopgave bij burgerparticipatie?

Burgerparticipatie inrichten kan behoorlijk lastig zijn. Zowel voor actieve, betrokken burgers die enthousiast aan de slag willen met een idee, als voor publieke professionals, die niet altijd goed raad weten met een initiatief in het licht van politiek-bestuurlijke kadernota’s en landelijke wet- en regelgeving. Tijdens het congres ‘Participatieparadox: tussen overheid en burgerinitiatief’, georganiseerd door de Vereniging voor Bestuurskunde, kwamen de dilemma’s over het voetlicht. Haagse Beek was erbij.

Voorbeelden van burgerinitiatief zijn er in Nederland volop. Alleen al in een stad als Utrecht doet 35% van de inwoners mee aan een initiatief om de woon- en leefkwaliteit in de stad te verbeteren en zet 17% zijn of haar tijd in om de overheid te voeden met allerlei inzichten bij het maken van beleid en regelgeving. Tussen de 1000 en de 1500 initiatieven krijgen financiering van de gemeente. Maar ook in kleinere gemeente zijn er interessante initiatieven zoals in Zeist, of in de gemeente Nijkerk waar Haagse Beek helpt om het proces in te richten.

Tegelijkertijd heeft slechts 35% van de actieve inwoners het gevoel dat de overheid het burgerinitiatief echt serieus neemt. Het merendeel van deze betrokken bewoners heeft het gevoel dat het lastig communiceren is met de overheid. De ambtenaren zeggen vooral ‘ja, maar…’.

Een jonge initiatiefneemster deelt tijdens het congres dat zij vorig jaar sprak met het hoofd integratie over haar initiatief van ‘voorkamers’: kamers waarin vluchtelingen en stadsbewoners elkaar ontmoeten met als doel wederzijdse integratie.

“Ik kreeg te horen dat er geen behoefte was aan ons idee en dat gemeente al genoeg deed. We konden beter naar bijvoorbeeld Amersfoort gaan. Een jaar later blijkt het initiatief een succes en is dezelfde gemeenteambtenaar enthousiast. Zonder verwijten te maken, kunnen we wat leren van dat contactmoment.”

Na afloop van het congres dacht ik na over het dilemma en tekende ik voor mijzelf onderstaand schema.

Aan de ene kant heb je burgers met betrokken gedragskenmerken. Dit zijn de mensen die het voortouw nemen om in de wijk iets te organiseren of die contact zoeken met de overheid om een idee voor te leggen. Een ander andere kant heb je mensen die minder bezig zijn met de wijk, de buurt of de publieke omgeving. Dat kan allerlei redenen hebben: een ondernemer die opgeslokt wordt door zijn zaak, een student met een drukke rol in het studentencorps, een chronisch zieke, et cetera. Er is in het leven niet altijd tijd voor burgerinitiatief.

Naast dat burger van elkaar verschillen doen ambtenaren dat ook. De een vertoont street wise proactief gedrag: bedenkt hoe het beter, anders kan, zoekt mensen in de stad op en gaat flexibel om met het systeem van beleid, wetten en regels. De focus is meer extern gericht. De andere ambtenaar is meer Weberiaans gefocust op de eisen die het systeem stelt en houdt enige distantie van burgerinitiatieven.

In de interactie tussen deze andere type burgers en ambtenaren schuurt het.

Een afstandelijke ambtenaar vindt, gechargeerd, het vreemd dat burgers zich überhaupt iets aantrekken van mensen met schulden in hun wijk, vanuit de overtuiging dat dit een publieke zaak is ‘waar de professionals over gaan’. In het contact ontstaat bij betrokken burgers het gevoel van een ‘participatie-verbod’. De burger krijgt te horen “U gaat er niet over, dat is ons werk”.

Problematisch is omgekeerd de situatie dat de overheid het vanzelfsprekend vindt dat mensen participeren. Dan is sprake van een participatie-gebod. Deze ‘dwang’ om mee te doen (‘de participatiesamenleving’), kan ertoe leiden dat mensen die wíllen meedoen maar dat niet kúnnen, nóg minder gaan participeren. De Groningse hoogleraar Hendriks spreek over een participatieparadox die leidt tot sociale uitsluiting.*

In de groene vakjes gaat het wat beter. Als je als burger vindt dat de overheid gaat over de huizenbouw, het groen in de wijk, de zorg et cetera en je hebt te maken met een ambtenaar die dat ook vindt, dan lopen de verwachtingen in ieder geval parallel. Je hebt ‘geen last’ van elkaar.
Heb je als betrokken burger een ambtenaar tegenover je die oprecht meedenkt en vaardig communiceert dan voelt dat letterlijk anders. Het is een vorm van ambtelijke empathie die de kiem kan leggen voor iets moois, met respect voor elkaar rollen.

Interessant is dat er steeds meer betrokken burgers lijken te komen als je afgaat op het aantal burgerinitiatieven. We staan aan de vooravond van zelfsturing en -organisatie. Dit betekent een veranderopgave voor de overheid. Zoals Jacques Wallage in zijn afscheidsessay van de Raad voor het Openbaar Bestuur aangeeft, wordt de kunst van het vaardig verbinden met burgerinitiatief in toenemende mate van belang. Dit betekent dat in de nabije toekomst steeds meer behoefte zal ontstaan aan ‘ambtelijke empathie’.

En het goede nieuws: het is een competentie die moeilijk te ontwikkelen is, maar het kan wel! Bestuurders, leidinggevenden en ambtelijk medewerkers: adopteer de ontwikkeling van deze competentie en ga ermee aan de slag!

* F.A. Hendriks, Gedeelde verantwoordelijkheid in een verdeelde samenleving, Oratie 2015.