Ambtelijke loyaliteit, de gouden regel

Het is het jaar 2000. Mijn eerste opdracht bij het toenmalige ministerie van Justitie. Ik ben projectsecretaris van een politiek gevoelig project. Een interne discussie.

Ambtelijke loyaliteit, de gouden regel

De projectleider zit in de knel. De externe partners van Justitie willen naar links, de minister wil naar rechts. En dan is er het rapport van een belangenorganisatie. Daarin staat dat de lijn van de minister niet deugt. Het is een vooraanstaande, internationale organisatie. De minister moet reageren. En dan gebeurt het. De projectleider zegt dat we de minister eerlijk moeten antwoorden. We moeten melden dat zijn lijn niet haalbaar is. We bedenken een alternatief. Dat wordt diezelfde middag aangeboden. Het gaat in een memo naar de minister.

Nu kijk ik terug. Ik denk aan het begrip ambtelijke loyaliteit. Ik lees in Trouw dat dat betekent dat je de minister uit de wind houdt. Ik heb de affaire van het bonnetje bij het ministerie van Veiligheid en Justitie op de voet gevolgd. Ambtelijke loyaliteit, zo heb ik geleerd, houdt in dat je als ambtenaar loyaal bent aan het eindresultaat voor de maatschappij en aan de manier waarop de minister of staatssecretaris dat resultaat wil bereiken. En daar hoort bij dat je het meldt als iets niet deugt, niet klopt, niet haalbaar is, of op enigerlei wijze anders kan verlopen dan de minister of staatssecretaris voor ogen heeft. Dat is de reden dat die tassen van de minister en staatssecretaris voor het weekend altijd zo vol zitten. Ik heb het vanaf die eerste opdracht zo meegemaakt, ook bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. De minister wordt áltijd geïnformeerd. De topambtenaar is in staat om snel te doorzien waar de risico’s liggen, bijvoorbeeld als beleidsdoelen tegenstrijdig zijn, als de minister of staatssecretaris iets heeft toegezegd dat niet kan worden waargemaakt, of als de samenleving anders reageert dan verwacht. Maar ook de ambtenaar in de uitvoering voelt dit aan en kent de gouden regel over het informeren van minister en staatssecretaris.

Dat het op het ministerie van Veiligheid en Justitie anders lijkt te zijn gegaan, verbaast mij. Het zoeken van een bonnetje is een zaak van de bedrijfsvoering. Daar is die sensitiviteit minder aanwezig. Dat kan een verklaring zijn. Of het is wellicht de sturing vanuit de ambtelijke top, vanuit de illusie dat centrale instructies de oplossing zijn om de minister uit de wind te houden. Maar een verkeerde ambtelijke loyaliteit, daar geloof ik niets van. De goede loyaliteit is onverwoestbaar. Dat geldt voor het ministerie van Veiligheid en Justitie. En dat geldt ook voor de andere ministeries.

Voor meer informatie over de ontwikkeling van medewerkers in publieke organisaties kunt u naar onze themapagina over verandermanagement.

Nieuwsbrief

Iedere week stellen wij met veel aandacht een nieuwsbrief samen over één van onze thema's. Vink aan waarover u de nieuwsbrief wilt ontvangen.

Onze nieuwsitems zijn kort, zonder PR-praat en met relevante informatie op het vakgebied. Wij respecteren uw privacy.

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht