Gastblog wethouder Wim van Veelen: Nijkerk schrijft nieuwe verandertheorie

Gemeente Nijkerk transformeerde grotendeels organisch en op eigen kracht naar zelfsturing en overheidsparticipatie. Wat zijn de succesfactoren achter dit verrassende transformatieproces? Wethouder Wim van Veelen deelt zijn ervaringen.

Gastblog wethouder Wim van Veelen: Nijkerk schrijft nieuwe verandertheorie

In september 2015 rolde ik in Nijkerk in een lopend verandertraject, als nieuwe wethouder van onder andere bedrijfsvoering en bestuurlijke vernieuwing. Hier wordt nieuwe verandertheorie geschreven, concludeerde ik. In deze blog licht ik op persoonlijke titel deze stelling toe en deel ik mijn leerervaringen als bestuurder.

Organisch, integraal en toch snel. Hoe kan dat?
Een gemeente is, naar haar aard, een bureaucratische organisatie waar rechten en plichten, regels en wetten een belangrijke rol spelen en waar sprake is van allerlei vormen van toezicht op het functioneren. Niet een context waarin je grote veranderdynamiek verwacht als je zoals ik vanuit het bedrijfsleven komt. Het was voor mij dan ook bijzonder om te zien dat de gemeente Nijkerk in staat bleek om, grotendeels op eigen kracht, organisch te transformeren naar zelfsturing en overheidsparticipatie in de volle breedte van het takenpakket. Op de website van Haagse Beek worden het resultaat en het proces nader toegelicht, waarbij ook de cruciale inspirerende en coachende rol van hen tijdens dit veranderproces wordt verduidelijkt.*

Wat zijn de succesfactoren achter dit verrassende transformatieproces? Mijn analyse is als volgt. Heel belangrijk is de lokale cultuur. Nijkerk is van oudsher een productiegemeente met lokale zelfstandige ondernemers. Soberheid, nuchterheid, volgzaamheid, maar ook samenwerkingsgerichtheid en een hands-on mentaliteit zijn kenmerken daarvan. Dit is ook terug te vinden in zowel de ambtelijke organisatie als de politieke arena, met maar vijf partijen, waarbij elke combinatie van drie een meerderheid heeft. Het verandertraject sluit op deze waarden aan.

De keuze van de directie om de ‘bezuinigingsopgave’ van de raad in 2014 niet via een harde reorganisatie, kort, heftig en duur, te realiseren maar bottom-up, via natuurlijk verloop en herplaatsing en vooral ook ‘verplatting’, is bepalend geweest. Deze aanpak kreeg steun van alle leidinggevenden die bereid bleken om één dag voor het tussentijds aantreden van ons college vrijwillig terug te treden uit hun managementrol. Dit vergemakkelijkte en versnelde het proces. Ook de gemeenteraad speelde actief in op de aanpak en nam raadsbreed de regie op zich van de overheidsparticipatie via dialogen. Bottom-up werkt, is mijn conclusie.

Nieuwe rollen college/raad in ontwikkeling. Differentiatie noodzakelijk?
Traditioneel is er een programma dat door de coalitiepartijen wordt gedragen, door het college wordt gerealiseerd en door de raad wordt bewaakt via de begroting. In Nijkerk hanteren we richting de samenleving een nieuw model. In dit model is primair de samenleving aan zet om beleid te bepalen en is de strategie daarvan grotendeels de afgeleide. Het model voorziet erin dat de strategie samen-met-de samenleving plaatsvindt in coproducties. De rollen van dagelijks bestuur en raad moeten opnieuw gedefinieerd en afgestemd worden. Vooralsnog doet deze situatie een groot beroep op procesvaardigheden bij mijn collega’s en bij mij als dagelijkse bestuurders. De samenleving pakt niet alle opgaven op, prioritering van en financiële dekking voor beleidsvoorstellen wordt teruggelegd bij de raad als initiator. En deze legt die taak vervolgens weer terug bij haar dagelijks bestuur. Als college is het van belang om voortdurend scherp te zijn op je rol en ondanks het beroep dat op je wordt gedaan het besturen steeds weer samen met de samenleving in te blijven vullen. Voor de ambtelijke organisatie vergt het bovendien veel procesvaardigheden, meer integraal verbindingen kunnen leggen (synergie) en samenwerkingen bouwen om gezamenlijk 'producten' te kunnen ontwikkelen en leveren.

Daar komt bij dat de economische- en ruimtelijke dynamiek in onze omgeving groot is. Nijkerk ligt op het kruispunt van vier regio’s en drie provincies en in de directe invloedsfeer van de Randstedelijke druk. Dat vraagt van ons als dagelijks bestuur grote alertheid om tijdig, proactief en soms ook actief in te spelen op ontwikkelingen die zich voordoen. Hoe verhoudt dit zich tot ons model van overheidsparticipatie met haar afstand tot deze dynamiek en tot de procestijd die daarmee samenhangt? Ik vind dat soms een moeilijk dilemma. Het is van belang voortdurend oog te hebben voor de juiste balans tussen zelf acteren en de samenleving in haar rol laten.

Met onze opgave richting de samenleving zijn wij samen met de raad aan het experimenteren om een duidelijke nieuwe rolverdeling te krijgen. In de aanloop naar de verkiezingen en coalitievorming zullen partijen daarop ook moeten inspelen.

Mijn conclusie is dat een ambtelijke organisatie zoals de gemeente Nijkerk in staat is om met een bottom-up benadering in korte tijd een enorme transformatie te doormaken. Als het gaat om het anders werken vanuit de gemeente richting samenleving, is het daarbij van cruciaal belang om aansluiting te vinden op de waarden van de lokale samenleving. Daarbij kan het ook nodig zijn om zelf te acteren, maar dan wel in balans met de kracht van de samenleving.

* Zie hier voor meer informatie over zelfsturing en overheidsparticipatie in Nijkerk. (red.)

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht