Over de WODC-zaak en wat erachter ligt

Onderzoeksjournalist Bas de Haan heeft de oppositie een kerstcadeau in handen gegeven: WODC-onderzoek op politieke bestelling. Het is politiek buskruit. Minister Grapperhaus heeft een commissie aangekondigd die de gang van zaken gaat onderzoeken. Maar wordt het ook een Commissie van wijzen, die ook de dieperliggende oorzaken scherp zal zien?

Over de WODC-zaak en wat erachter ligt
Munish Ramlal
Munish Ramlal |
Blog
|

Na de Nieuwsuur-uitzending van 6 december over het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft de ene na de andere columnist ‘schande’, ‘verbazingwekkend’, en ‘hoe halen ze het in hun hoofd’ geroepen. In een ‘aan-alle-medewerkers-van-JenV’-brief probeert secretaris-generaal Siebe Riedstra de zaak enigszins te nuanceren, maar deze krijgt in de media direct het verwijt ‘laconiek te zijn’ over de gemaakte fouten (Algemeen Dagblad 9-12-2017).

Het wordt de komende weken een politieke proeve van bekwaamheid voor de kersverse minister Ferdinand Grapperhaus. Het ligt voor de hand om vragen te stellen als: ‘Is de minister van JenV het met onze fractie het eens dat het WODC anders onafhankelijk gepositioneerd had moeten worden ten opzichte van het departement?’ of ‘Kan de minister bevestigen dat de directeur van het WODC de onderzoeker en de volledige begeleidingscommissie buiten spel heeft gezet?’. En ‘Kan de minister aangeven in welke gevallen het departement nog meer politiek-bestuurlijk heeft gestuurd bij de totstandkoming van WODC-rapporten?’ Met het parlementaire vuurwerk gaan de Kamerleden het kerstreces in en in de oliebollenperiode zijn de ambtenaren van JenV op hun beurt hun strikt vertrouwelijke memo’s aan het pennen.

Is er wel of niet onbehoorlijk politiek gestuurd? En, daaraan onderliggend, wanneer gaat regulier contact over naar ongeoorloofde sturing? Moet de WODC-directeur worden ontslagen? Dat worden waarschijnlijk de hamvragen. De vraag die ikzelf interessanter vind, is niet óf politiek gestuurd is - minister Grapperhaus heeft het boetekleed al aangetrokken - maar waarom in deze mate gestuurd wordt door een departement. Mijn eigen hypothese, gebaseerd op ruim 10 jaar meekijken in ambtelijk en politiek-bestuurlijk Den Haag, is dat dit voortkomt uit een politieke afrekencultuur. Openheid kost je je kop. En hier ligt een dieperliggend probleem dat mijns inziens onze aandacht behoeft.

Het is zo onveilig geworden om fouten te erkennen – ‘het drugsbeleid werkt niet zoals wij dachten, we gaan het anders inrichten’ - dat het beter is ze weg te moffelen, bezien vanuit de geldende cultuurlogica. De toon in de communicatie tussen regering en parlement is dermate scherp, dat je als beleidsambtenaar formuleringen ontwikkelt die als een mantra de minister of staatssecretaris kunnen beschermen. Is dat fout?

Ik zou de ambtenaren van JenV willen verdedigen door te stellen dat hun gedrag verklaarbaar is. Nee het is niet goed. Nee het is absoluut geen fraai beeld. Maar als er herhaaldelijk met scherp wordt geschoten door journalisten, Kamerleden, lobbyisten of de ‘zie-je-wel’-passanten, dan gá je je politiek indekken, je er strategisch uitmanoeuvreren of informatie achterhouden voor de Bas-de-Hanen. Waar blijft de ruimte in de politieke afrekencultuur om te leren van experimenten, en dus ook fouten maken, met als doel beleid beter te maken? Om met elkaar na te gaan hoe iets precies in elkaar steekt, voordat we er een oordeel over hebben?

In een afrekencultuur vormt angst de onderstroom: de angst om je er niet uit te kunnen praten, om te falen in de ogen van je partijgenoten of om als zwak en niet daadkrachtig te worden gezien. Een motie van afkeuring, krantenkop ‘Minister in verlegenheid gebracht’ of middelvinger-tweet voedt die negatieve onderstroom.

Hoe kan het anders? We creëren een cultuur met elkaar en zijn - met genoeg wilskracht – ook in staat om die samen te veranderen. En eigenlijk is er al iets gaande. In de media wordt het afgedaan als een charmeoffensief, maar je kunt er ook anders naar kijken. Bij een scherpe vraag van de PVV-fractie ging minister Sigrid Kaag niet terug in de aanval, maar bedankte de vragensteller en complimenteerde haar met het punt. Het ontregelde de parlementariër, want dít had zij (en met haar waarschijnlijk niemand) niet verwacht. Dit was even geen angstcultuur! En zo ontstaat een opening voor andere verhoudingen. Minister Cora van Nieuwenhuizen deed onlangs hetzelfde evenals minister Ingrid van Engelshoven tijdens haar eerste plenaire optreden. Dit beschouw ik als kiemen van staatsrechtelijke vernieuwing. Ik hoop dat ze doorzetten.

Organisaties zijn net kleine samenlevingen. Ook daar tref je het fenomeen afrekencultuur aan en daarmee de neiging om zaken te sturen, verzwijgen of verbloemen. Een voorbeeld uit mijn werk als organisatieadviseur; Twee directeuren waren dagelijks als water en vuur. De mannen reageerden in elke vergadering vinnig, semi-agressief en ruw op elkaar. Tijdens een ingelaste sessie werd hen en het team gevraagd mee te doen aan een complimentenronde. Toen hoorden zij beiden van elkaar voor het eerst een ander geluid. Dat de een zich keihard opstelde omdat hij dacht dat de ander hem niet mocht of waardeerde. Dat hij niet wist dat de ander hetzelfde klotegevoel had na zo’n vergadering. De complimentenronde had grote gevolgen en veranderde het contact wezenlijk.

Natuurlijk hoeven we niet massaal aan het knuffelen te slaan, maar een beetje verlichting en ontspanning in ons parlement zouden wonderen kunnen doen. We hebben in Nederland een openbaar bestuur waar we best trots op mogen zijn. Met een positieve onderstroom krijgen we minder een debat over wie de schuld heeft en meer een gesprek over hoe dingen beter kunnen, hoe we willen experimenteren en innoveren en hoe wij tegen zaken aankijken en waarom.

Mijn advies aan de commissie die de WODC-kwestie gaat onderzoeken: ga ook op zoek naar het wezen van de onderstroom in ons politieke stelsel. Dan bent u namelijk niet bezig met de kennis van toen en nu… maar met wijsheid. U kijkt met enige afstand en beziet het grotere plaatje. Als u in uw onderzoeksvragen (ook) hierop reflecteert, dan mag u van mij met recht een ‘Commissie van wijzen’ heten.

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht