Overheid en bedrijfsleven, samen sterker

Het bedrijfsleven is eng en de overheid star? Om tot antwoorden te komen op grote maatschappelijke vraagstukken zoals klimaatverandering, vergrijzing en robotisering zal de overheid moeten samenwerken met private organisaties. Dat vergt een andere manier van denken over de relatie overheid en bedrijfsleven. Sommige overheidsorganisaties hebben dat al door.

Overheid en bedrijfsleven, samen sterker
Munish Ramlal
Munish Ramlal |
Casus
|

De Rijksbrede Benchmarkgroep, afgekort RBB, bevordert het delen van kennis en ervaring tussen publieke uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst, het UWV of de Nationale Politie. Ik volg de groep al enkele jaren en vind dat ze voortreffelijk werk verrichten, vaak achter de schermen. Afgelopen donderdag werd het 15-jarige bestaan gevoerd onder het thema ‘samenwerken over de organisatiegrenzen heen’. De zaal zat vol ambtenaren, bestuurders en enkele mensen van een departement. Het was dus over de organisatiegrenzen heen, maar wel binnen de overheidsgrenzen. Dat vind ik een gemiste kans. Waarom alleen doen als het samen kan?

Blij werd ik dan ook van twee RDW-medewerkers die vertelden over de koploperspositie van Nederland met de introductie van de zelfrijdende auto. Het succes daarvan is namelijk vooral te danken aan een goede samenwerking tussen de overheid en de private organisaties, zowel op het nationale als op het Europese niveau. Diezelfde donderdag werd Nederland in Frankfurt bij een Europese top geprezen voor haar verandervermogen op dit vlak.

De twee ambtenaren verwezen naar oud-topman Jan Hendrik Dronkers van Rijkswaterstaat, die momenteel actief is al locosecretaris-generaal bij Infrastructuur en Milieu. Dronkers pleitte voor een andere manier van denken over publieke en private spelers. Hij schreef:*

“Wat we in de afgelopen jaren hebben ontdekt, is dat we de markt niet tegenover de overheid moeten zetten. De gouden driehoek, markt-overheid-kennisinstellingen, die we in Nederland zo waarderen moet dan ook samen de sociale uitdagingen oppakken.”

Dronkers slaat volgens mij de spijker op zijn kop. We moeten anders kijken naar die verhoudingen, ook omdat de overheid niet meer in staat zal zijn het alleen te doen. Daarvoor is onze samenleving te vloeibaar geworden.

Onderweg terug in de trein tekende ik onderstaande kernkwadranten-modellen van Ofman met daarin de kernkwaliteiten van de overheid en die van de private sector. Een versimpelde voorstelling van de complexe werkelijkheid, maar niettemin interessant voor de stelling dat overheid en bedrijfsleven een institutionele dualiteit vormen, een soort Yin-Yang.

Publiek private sector advies14.jpg

Het model laat zien: Als publieke en private organisaties zich in hun valkuilen innestelen, wordt samenwerking lastig, maar als ze zich richten op hun kwaliteiten en uitdagingen, kunnen ze een krachtig samenwerkingsverband vormen, waarin ze elkaar scherp houden en in hun kracht zetten.

Het vergt dat we afscheid gaan nemen van een aantal manieren van denken die het nieuwe perspectief van collectieve actie blokkeren.

Immers, aan de zijde van de overheid kun je niet goed samenwerken als je eigenlijk stiekem denkt dat alleen de ambtenaar het publieke belang echt dient en dat ondernemers niet anders dan uit zijn op geld. De ambtenaar die zichzelf op een moral high ground plaatst. Dat type denken verstoort de Yin-Yang balans. In dat licht ben ik een voorstander van de wet normalisering rechtspositie ambtenaren. De implementatie biedt kansen.

Omgekeerd moeten ondernemers niet denken dat er bij de overheid amper echt gewerkt wordt of dat je publieke organisaties kunt ‘runnen’ alsof het private bedrijven zijn. Dat zijn het niet. De overheid heeft een eigen karakter. Publiek management is ingewikkeld. En we mogen trots zijn op de kwaliteit van ons openbaar bestuur.

Het denken in publiek versus privaat zal kortom plaats moeten gaan maken voor iets anders. Het publieke belang ligt niet langer in de handen van de overheid alleen. Óók private partijen geven daar vorm aan.

Misschien is dit overigens meteen een goed thema voor de volgende RBB bijeenkomst.. Bijkomend voordeel is dat de posters met de zin “samenwerken over de organisatiegrenzen heen” hergebruikt kunnen worden. Ik verheug mij op die bijeenkomst volgend jaar, maar geen reden om daar op te wachten. Laat publiek en privaat elkaar nu al gaan vinden.

--

* (red.) Opinie Jan Hendrik Dronkers, ‘Voor Rijkswaterstaat is co-creatie de toekomst’, Cobouw 177, 9 oktober 2013, p. 13.

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht