Pleidooi voor kinderlijke naïviteit

Wat hebben Jan van Ginkel, Mathieu Weggeman en Jan Hamming gemeen? Zij kennen een belangrijk succescriterium om tot publieke innovaties te komen.

Pleidooi voor kinderlijke naïviteit
Menno Spaan
Menno Spaan |
Blog
|

Het werken aan innovaties gebeurt in de publieke sector meestal in de luwte. Om die reden schrijf ik in stilte aan het boek van Haagse Beek over innoveren in de publieke sector. Na ruim twee jaar van onderzoek, met waardevolle input van overheidsorganisaties en deskundigen, boetseer ik de ideeën nauwgezet tot een concreet en werkbaar geheel, een proces dat zich achter gesloten deuren en voornamelijk in de weekenden voltrekt.

Sommige van de bevindingen zijn zo mooi dat ik niet kan nalaten om ze alvast te delen. Zoals een conversatie in ons expertpanel dat de succescasussen en mislukte casussen van innovaties bestudeerde. Op een doordeweekse dag afgelopen jaar kwamen de panelleden in ons kantoor in Den Haag bij elkaar. Twee van hen, Jan van Ginkel (voormalig gemeentesecretaris Zaanstad) en Mathieu Weggeman (hoogleraar organisatiekunde aan de TU, specialisatie innovatiemanagement) kwamen te spreken over het lef in de publieke sector om nieuwe dingen te doen. Dat klonk zo:

JvG: Ik heb ooit getrokken aan een gemeente zonder gemeentehuis. Als ik had geweten waar ik aan was begonnen, had ik het in geen 100 jaar meer gedurfd. Ik zou het nooit meer doen, het is echt verschrikkelijk lastig. Ik dacht: je kunt het gewoon opheffen en het is klaar, dat moet in vijf minuten geregeld zijn. Het lag iets ingewikkelder. Ik heb een permanente blindheid gehad. Of naïviteit. Tegenwoordig koester ik mijn naïviteit. Het is een vorm van lef. Optimaliseer je eigen blindheid, zeg maar.
MW: Maar het is geen gewone naïviteit. Maxim Februari noemde het ooit "hogere onnozelheid", of neo-naïviteit zoals ik het noem. Dat is een naïviteit waar je alleen komt, als je alle relevante kennis al doorleefd en ervaren hebt. Dat laat je dan bewust weg, en kijkt opnieuw verwonderd tegen de dingen aan, zoals kinderen dat doen.

Schitterend. Onder mijn ogen kwamen de praktijk van Jan van Ginkel en de theorie van Mathieu Weggeman samen. Want is dit niet waar het om gaat in het openbaar bestuur? Dat je als topmanager in staat bent om boven de materie te staan en je kinderlijke naïviteit aan te wenden in het geweld van alledag? Dat je het lef hebt je te verzetten tegen de zuigende werking van de complexiteit? Het gesprek bleek de kiem te vormen voor een nieuwe succesfactor voor het topmanagement: ‘kinderlijke naïviteit’.

In de gemeente Nijkerk wordt veel aandacht besteed aan het betrekken van jongeren in politiek en bestuur. Zo is er een jeugdgemeenteraad actief, waarbij de jonge raadsleden, verkozen door medescholieren, samen beslissen over de door hen ingediende plannen. Ook de gemeente Heusden geeft, onder leiding van burgemeester Jan Hamming, de jonge burger invloed. Tijdens de duurzaamheidsconferentie die daar onlangs plaatsvond, werden 150

in staat gesteld om de belangrijke heren en dames bestuurders en belanghebbenden hun wensen mee te geven over hoe deze de aarde over 50 jaar voor volgende generaties moeten achterlaten.

Beleidsmakers, bestuurders en overheidsmanagers.. ik weet het, u bent jarenlang getraind om uw kinderlijke naïviteit achter u te laten, maar ik daag u uit: durf die naïviteit weer op te roepen. Voer het gesprek thuis aan de eettafel. Organiseer het binnen het domein waar u verantwoordelijk voor bent. Heb het lef om deze bijzondere succesfactor voor publieke innovaties vorm te geven. En als er tumult ontstaat, ideeën, voorstellen, of onmogelijkheden? Laat u het dan vooral weten. Ik zal uw leerervaringen in stilte verwerken in ons boek, ter inspiratie voor uw collega’s.

}