Tips voor beginnende bewindspersonen (ook leuk voor Mark)

De wekker staat een uur eerder. De sokken zijn gestreken. Je eerste werkdag. Er komt een draaikolk op je af van nieuwe gezichten, afkortingen en kamertjes die draaierig maken. Hoe bouw je in die eerste 100 dagen weerstand op tegen de waan van de dag?

Tips voor beginnende bewindspersonen (ook leuk voor Mark)

Het kabinet-Rutte III is geïnstalleerd. Zestien ministers en acht staatssecretarissen zijn begonnen aan hun nieuwe baan; premier Rutte was de enige persoon die op honk – in dit geval in het Torentje- bleef. En iedereen weet; aan een nieuwe baan beginnen is spannend! Je bent natuurlijk hartstikke blij dat JIJ het geworden bent! Je hebt je -in elk geval voor je gevoel- door een soort The Hunger Games-achtige sollicitatieprocedure heen gewerkt, je hebt je door de loononderhandelingen heen geworsteld (dat hoeven de bewindspersonen dan weer niet) en -dat moeten de bewindspersonen dan weer wel- je hebt (geliefde) nevenfuncties neergelegd. Raden van toezicht verliezen plotsklaps leden en enkele lokale sportvereniging zullen op zoek moeten naar nieuwe vrijwilligers, begreep ik.

Nu is daar ‘de dag die je wist dat zou komen’; je eerste werkdag. De bewindspersonen gingen vorige week donderdag meteen na de bordesscène door naar hun departement; hup aan de slag. Na een formatieperiode van 211 dagen was er geen tijd te verliezen! De heren hadden eerst al amper tijd om zich om te kleden (rok naar pak) –of om op etiquette-deskundigen en social media te reageren- (de schoenen van één der vicepremiers werden aldaar tegelijkertijd toegejuicht en verguisd). De dames flitsten meteen door naar hun ministeries; gewoon in beëdigings- / bordesscène-jurk, en al dan niet met lieslaarzen (social media verdeeld in kampen; ‘hot’ en ‘not’), of in gele jurk met geen-spin (ben ik de enige die dacht dat het een spin was?).

Eenmaal binnen, weet ik wat vijftien van de zestien ministers (Mark kent het klappen van de zweep) en alle staatssecretarissen hebben gedaan. Ze hebben zich in hun kamer verschanst, zijn met de rug tegen de deur gaan staan en hebben zich aan het ‘blauwe boek’ vastgeklampt. Ze haalden diep adem en fluisterden toen zachtjes tegen dit boekwerk; ‘jij bent vanaf nu mijn beste vriend’. Het blauwe boek is voor beginnende bewindspersonen namelijk de steun, toeverlaat, Redder in Nood en papieren superheld in één. Het is een handboek waarin minutieus, maar niet in lange staatsrechtelijke verhandelingen ‘zo veel mogelijk informatie is opgenomen die voor bewindspersoon en ambtelijke ondersteuning van belang is’ (aldus blauwe boek op pagina 9).

Wat een geluk. In negentig pagina’s - inclusief bijlagen- komen alle raden, procedures, bijzondere aandachtspunten en alsmede de verhouding tot de Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman, de Kinderombudsman en de Landsadvocaat voorbij. En in haar voorwoord legt de schrijfster van het blauwe boek ook nog eens uit waar nog meer ondersteuning te vinden is, en ze schroomt niet om ook zelf hulp te bieden. Leuk overigens, als je verwacht zelf ooit bewindspersoon te worden, of als je nieuwsgierig bent; het blauwe boek is gewoon te vinden op rijksoverheid.nl.

Wat is verder nog van belang om te weten naast wat op je departement gebeurt, en hoe de Haagse hazen volgens het blauwe boekje lopen? Kennis van hoe je je verhoudt tot / schermutselt met de pers. We hebben er al menig minister op zien sneuvelen; ‘Verpulverd als peentjes in de sapcentrifuge’, zo omschreef Roald Dahl het ooit zo mooi. Alle bewindspersonen weten uiteraard inmiddels: het is oppassen voor de roze microfoon van PowNed, maar ook het vertrouwde NOS journaal heeft zich in week één van Rutte III een ware terriër getoond; waren de respectievelijke ministers nu vóór of ván. Niemand is in de valkuil gestapt om gewoon keihard te zeggen: ‘IK ben de minister VAN, dus ik ben de baas!!’ Heel goed. En de derde V die meteen voor problemen zorgde, naast die van 1) Voor en 2) Van was die van Volk; het referendum. What can I say?

Beste ministers en staatssecretarissen, u bent nu een week bezig op uw departementen. Ik heb bewondering voor u; wat een megaklussen heeft u aangedurfd! Gelukkig behoort u tot de vaardigste mensen van dit land. Graag daag ik u daarom uit. Wat u opvallend vindt, wat mooi is, of wat juist beter en handiger kan; noteer het. Goede mensen en mooie projecten; herken ze en zet ze in hun kracht. Durf met niet-werkende zaken te stoppen. U bent als geen ander in staat om het land mooier en beter te maken: wat een voorrecht. U zult het druk krijgen. Uw (ministers)tassen zullen tot de nok toe zijn gevuld met zaken die (Nu!! Meteen!!) uw aandacht vragen. Mijn advies: hoeveel er ook in die tas moet, hoe zwaar hij ook is: zorg uw eerste 100 dagen voor nog een boekje, een leeg boekje in uw tas, een boekje dat u zelf vult met uw observaties, ideeën en gedachten als weerstand voor de waan van de dag. Veel succes!

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht