Wetgever en werkgever, schizofreen?

Over harmonisering van de ambtelijke rechtspositie. Zin en onzin van de nieuwe wet. En: waar was de medezeggenschap?

Wetgever en werkgever, schizofreen?
Hyle Logtenberg
Hyle Logtenberg |
Blog
|

Onlangs was ik op een door de stichting Alberda Leerstoel (CAOP) georganiseerde discussiebijeenkomst met de titel: “Arbeidsvoorwaarden(-overleg) en afschaffen ambtenarenstatus: hoe verder?” Een drukbezochte bijeenkomst op een prachtige locatie, Sociëteit de Vereniging in Den Haag. De discussie ging de facto zo ongeveer over de zin en onzin van de nieuwe wet. Dagvoorzitter was Jaap Uijlenbroek.

Hans Borstlap, lid van de Raad van State en voorzitter van de commissie die het kabinet in deze adviseerde, zag in de nieuwe wet mogelijkheden om de werknemer/ambtenaar nieuwe stijl eerder, en dus effectiever, te betrekken bij nieuwe wetgeving. Daardoor zal het zicht op de handhaafbaarheid toenemen, en daarmee dus de kwaliteit van wetgeving in het algemeen. De nieuwe, schizofrene situatie van de betrokken bewindspersoon, wettenmaker enerzijds en werkgever van de makers de facto en de wetshandhavers anderzijds, vond hij, met wat goede wil, wel overkomelijk.

Er werd door een keur van sprekers, uit vooral het georganiseerd overleg, gediscussieerd over de mogelijke mogelijkheden van de nieuwe wet. De bonden, ruim vertegenwoordigd, namen zoals verwacht hun ver(wan)trouwde posities in. Zij zijn ervan overtuigd dat de wet er niet zal komen. Nadat ook de zaal nog een duit in het zakje had gedaan, waarbij de actuele problematiek rond koe en kalf ook nog werd aangestipt, was de algemene opinie dat eigenlijk alles wat de nieuwe wet wil regelen ook best wel al onder de huidige te regelen valt; je moet het dan wel echt willen. Cultuur bleek de grootste uitdaging.

Wat mij vooral opviel was de afwezigheid in dit krachtenveld van de medezeggenschap. Zij werd in de marge een paar maal genoemd, maar dat was het dan wel. Waar de vakbonden aanhang verliezen en niet blij met 5 jaar – voorgeprogrammeerde – nullijn, hun vertrouwde liedje zingen, zou de verandering van de positie van de nieuwe ambtenaar een kans kunnen zijn om de verhouding van de medezeggenschap t.o.v. de wetgever/werkgever te verduidelijken en te versterken. Dat zou, met de nakende heroverweging van de positie van de medezeggenschap, wel eens een zeer zinvolle exercitie kunnen zijn.

De WOR hoeft uiteraard geen belemmering te zijn en ik ken wel een paar OR-en die deze uitdaging prima aan zouden kunnen.

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht