Zet de participatieladder op zijn kop

Als overheid wil je de burger betrekken, ideeën ophalen en draagvlak creëren. En via de participatieladder maak je inzichtelijk in welke mate dit gebeurt. Maar is de manier waarop we ernaar kijken eigenlijk wel logisch?

Zet de participatieladder op zijn kop

De participatieladder is een instrument dat veel terugkomt in het gesprek over het inrichten van de lokale democratie. Oorspronkelijk is het instrument bedacht in 1969, daarna is het in verschillende varianten doorontwikkeld, maar in essentie blijft het principe hetzelfde. Het doel is om helder te maken of de overheid a) de burger informeert over een beslissing, b) de samenleving raadpleegt, c) haar om advies vraagt, d) samen coproduceert of e) de samenleving laat ‘meebeslissen’.

De treden van de ladder staan voor de mate waarin de overheid burgers een plek geeft in het meedenken of meebeslissen over nieuw beleid of nieuwe beleidsmaatregelen. Op de eerste trede heeft de overheid de leiding, op de laatste trede beslist de samenleving mee. Is dat logisch? Ja, vanuit de overheid wil je de burger betrekken bij het beleid, ideeën ophalen en draagvlak creëren. Of toch niet? Wie was er ook alweer voor wie? Was die overheid er niet juist om de burger verder te helpen? Dat zou betekenen dat de burger centraal staat en dat de overheid het niet moet bedenken voor de burger, maar dat de burger het moet bedenken voor de overheid. En… in die situatie stelt diezelfde burger de eisen waarlangs de overheid wel of niet de participatieladder op mag. En ziedaar: de rollen op de participatieladder moeten worden omgedraaid! Het uitgangspunt is niet dat de burger steeds meer betrokken wordt door de overheid, maar dat de overheid steeds meer betrokken wordt door de burger, naarmate die dat nodig acht. Als de burger er zelf uitkomt, dan wordt het gemeentebestuur geïnformeerd over de uitkomsten en wordt dat het besluit. Als de burger er niet goed uitkomt, dan wordt het gemeentebestuur geraadpleegd of om advies gevraagd. Of misschien wil de burger uiteindelijk wel coproduceren, of samen beslissen met het gemeentebestuur.

Onhaalbaar, is de eerste gedachte als je dit leest. En toch doen gemeenten het. Het zijn gemeenten die het lef hebben om de rollen op de participatieladder om te keren. Hoe ziet dat er concreet uit?

Het gemeentebestuur bepaalt waarover nagedacht moet worden. Vervolgens wordt onderzocht welke belanghebbenden daar direct bij betrokken zijn: bijvoorbeeld een vertegenwoordiger namens de sportverenigingen en instellingen op het gebied van cultuur, maar ook de gebruikers, als het gaat om gezondheid en zingeving in een gemeente. Een ander beleidsgebied is bijvoorbeeld ‘een bruisende binnenstad’.

Door de belanghebbenden in de samenleving bij elkaar te plaatsen en goed te begeleiden, ontstaat een speelveld waarin betrokkenen met elkaar tot (slimme) oplossingen kunnen komen voor beleid of beleidsmaatregelen voor de toekomst. Van belang is wel dat het gemeentebestuur kaders stelt: inhoudelijk (wat willen we bereiken, binnen welke bandbreedte kan de samenleving invullen) en ten aanzien van budget. Vervolgens kunnen de belanghebbenden uit de samenleving bepalen wat zij willen bereiken, maar ook in hoeverre het gemeentebestuur van hen de participatieladder op mag. Wil de samenleving het gemeentebestuur inspraak geven, of misschien mee laten beslissen en er een cocreatie van maken? De samenleving bepaalt!

Het bovenstaande klinkt misschien abstract, maar in praktijk werkt het. De gemeenten Zeist, Nijkerk en Heusden zijn voorbeelden van gemeenten die deze principes vormgeven. Zij laten de burger bepalen wat nodig is en welke stap daarbij voor het gemeentebestuur past op de participatieladder. Zit u in een gemeentebestuur en/of bent u burger? Dan daag ik u uit: zet de participatieladder op zijn kop.

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht