Zij waren de eersten

Mijn opa was een Geus. Het inspireert mij, achtenzeventig jaar later, nog steeds. De durf van de Geuzen, hun rechtvaardigheidsgevoel en het feit dat deze mensen niet alleen praatten over verzet, maar –als eersten- ook daadwerkelijk in beweging kwamen, verdient ontzag. Wat kunnen wij van hen leren?

Zij waren de eersten
Martha van der Schaar
Martha van der Schaar |
Casus
|

Tags

|

De Geuzen

Zij waren de eersten.

Haagse Beek organisatieadvies zit in Den Haag op het Plein, op nummer 8C; een superfijne plek. Vooral ’s avonds is het daar heerlijk, als de mensen op de terrassen genieten van elkaars gezelschap en van een drankje en als de lichtjes in de bomen aan zijn. Een paar panden verder, Plein nummer 11, is het hoekpand. Dat pand is voor mij ook heel bijzonder, ik kom er wekelijks zeker vier keer langs en af en toe sta ik daar even stil en leg ik mijn hand op de zijmuur.

In dat pand is mijn opa, Jan van Wijk, in de oorlog door de Duitsers verhoord. Hij was een Geus, lid van de eerste verzetsgroep in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als kind -en ook nu nog- bewonderde ik de moed van de Geuzen, hun standvastigheid en hun vastberadenheid om het goede te doen, om die oorlog te stoppen en het leven beter en mooier te maken, voor zichzelf, maar ook juist voor al die anderen.

Met de Geuzen is het in de Tweede Wereldoorlog niet goed afgelopen. Waar deze mensen dadendrang voelden en kansen zagen om iets voor hun land te betekenen, gingen ze aan de slag. Zij konden echter niet terugvallen op professionals (het leger) of op voorbeelden uit het verleden. Nederland had niet meegedaan aan de Eerste Wereldoorlog, dus geen ervaring met oorlog, en daarom ook niet met verzet. Toch waren ze onverzettelijk en vastberaden; want wat de Duitsers deden, dat kon natuurlijk niet, die moesten er zo snel mogelijk weer uit worden geschopt.

Met het verwoestende bombardement op Rotterdam vers in het geheugen gingen ze aan de slag. Maar hoe pak je het aan, als beginnend verzetsstrijder? De Geuzen deden van alles. Ze schreven ‘Geuzenberichten’ (anonieme oppeppende brieven aan medeburgers om de moed er in te houden, met de oproep om aan te sluiten bij het verzet én met een verwijzing naar de Tachtigjarige oorlog, naar de Geuzen toen, die als eersten in opstand kwamen tegen de Spanjaarden), ze bemachtigden wapens, verzamelden munitie, springstof en inlichtingen voor de Engelsen en tekenden kaarten van de Duitse stellingen voor de geallieerden. Een paar keer maakten ze lampen die het luchtafweergeschut van de Duitsers ’s nachts verlichtte kapot, en ook hebben ze diverse malen telefoonkabels doorgesneden. En ze begonnen met het opzetten van een Geuzenleger, compleet met rangen, bestaand uit goede Nederlanders.

Na amper een paar oorlogsmaanden, in november 1940 al, gaat het mis. Door onwetendheid, enthousiasme en in vertrouwen doorvertelde verhalen, komt een verhaal van een trotse Geus, via via bij de NSB terecht en daarna bij de SD en dan gaat het snel. De ene na de andere Geus wordt opgepakt, verhoord, mishandeld en vastgezet, veelal in de gevangenis in Scheveningen – vanwege de populatie al snel omgedoopt tot Oranjehotel. Geuzen worden veroordeeld; de eerste verzetsstrijders van Nederland vinden ook als eerste de dood, op de Waalsdorpervlakte waar nog elk jaar op 4 mei de Bourdonklok luidt. Binnenkort, op 4 mei, weer, 78 jaar na dit eerste oorlogsjaar.

Op de laatste bladzijde van het boek De Geuzen van Harry Paape staat: Zij waren de eersten. Anderen hebben, gedurende de vijf jaren van bezetting in het verzet meer en belangrijker werk kunnen doen. … Maar zij, de Geuzen, zijn het geweest, die velen in den lande hebben wakker geschud, die in en door hun dood de afkeer jegens de bezetter hebben doen groeien, de bereidheid tot het bieden van weerstand nieuwe impulsen hebben gegeven. Het imposant verzet uit de jaren ’43-’45 is geen ogenblik los te maken van dit pril begin. Zij waren de eersten.’

Als ik ’s avonds langs Plein 11 loop, dan denk ik hieraan. De bewondering, het ontzag voelde ik deze week ook toen ik de March for our lives op de televisie zag, de -meest in de VS- door studenten georganiseerde protestmarsen tegen wapens. Les die we van de Geuzen, en ook nu weer van deze studenten leren is, dat ondanks dat het soms moeilijk is, dat je toch in beweging moet komen als de kern van een zaak je raakt. Dat we moeten doen wat juist is en wat moet. Dit vereist durf, heel veel lef, maar die eerste stap, is het moment waarop nieuwe dingen kunnen gaan ontstaan en anderen ontwaken. Dat is het moment waarop een nieuwe werkelijkheid begint te ontstaan. Laten we ook in ons organisatieleven de durf om die eerste stap te maken koesteren en daarnaar leven.

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht