Zonder publieke innovatie geen toekomst

Innovatie kenmerkt zich door iets nieuws dat wordt ontwikkeld, iets dat nog niet bestaat. Dit proces laat zich niet leiden of sturen, maar kan wel op een gestructureerde manier vorm krijgen. En dat is hard nodig.

Zonder publieke innovatie geen toekomst
Menno Spaan
Menno Spaan |
Blog
|

Tags

|

Pleidooi voor structurele innovatie bij publieke organisaties

Van mensen in publieke organisaties wordt verwacht dat zij geen fouten maken, snel en adequaat reageren op ontwikkelingen, dat door hen volgens de regels wordt gewerkt en dat hun handelen goed uitlegbaar is. In een tijd van snelle technologische verandering, met omvangrijke opgaven op zo’n beetje alle beleidsgebieden, waarbij het klimaat, leefbaarheid in de steden en de zorgkosten met een groeiende bevolking het meest in het oog springen, wordt dit steeds moeilijker. Tel daarbij op dat het budget voor de overheid op de lange termijn terugloopt, dat opgaven per definitie de klassieke beleidskolommen overschrijden en dat inwoners, bedrijven en instellingen hun rol opeisen in het beleidsproces, en het zicht op de noodzaak om tot innovatieve oplossingen te komen voor publieke organisaties is helder.

Het ingewikkelde van innovatie is echter dat je van te voren niet weet wat je straks zal weten. Innovatie kenmerkt zich door iets nieuws dat wordt ontwikkeld, iets dat nog niet bestaat. Dat laat zich niet leiden, dat laat zich niet richten, dat laat zich niet opdringen, ongeacht de politiek bestuurlijke wil, wens van de ambtelijke leiding of groeperingen in de samenleving die er belang bij hebben. Innovatie kan alleen tot stand komen door de juiste omstandigheden te creëren en geduldig en fasegewijs het proces waarlangs nieuwe publieke diensten, producten of processen zich ontwikkelen in te richten en op een passende manier vorm te geven. De complexiteit daarin is dat tegenstrijdige competenties gewenst zijn. Innovatie begint met een proces van creatie, maar vraagt ook om bestuurlijke wendbaarheid en koppige vasthoudendheid om initiatieven verder te brengen. Daarmee is het de kunst om per fase vanuit de juiste, soms tegenstrijdige, competenties bij te dragen aan het proces van innovatie.

Een belangrijk onderdeel van het innovatieproces is de mate waarin een verantwoord risico wordt genomen. Bij het ongeluk van de Stint in Oss nam minister Van Nieuwenhuizen het woord innovatie in de mond als reden dat nieuwe voertuigen op de weg werden toegelaten. Het reduceert het proces van innovatie tot het nemen van een maatregel met in dit geval een ongewenst resultaat. Het is een typische uiting van het ongefaseerd denken over een innovatieproces dat helaas te veel voorkomt. Als het innovatieproces goed wordt ingericht gaat het gepaard met tussentijdse investeringsbeslissingen waardoor risico’s in de beginfase worden gereduceerd en in vervolgfasen op een verantwoorde manier worden genomen.

Publieke organisaties moeten leren om het proces van innoveren gestructureerd vorm te geven. Dit proces begint met kraamkamers waar in de luwte of juist in de publieke schijnwerpers met de juiste mix aan diverse mensen, vaak op het raakvlak tussen disciplines, kennisgebieden, beleidsdomeinen en op grensgebieden tussen publiek en privaat wordt gewerkt aan nieuwe toepassingen. Vervolgens worden initiatieven verder gebracht als zij werkbaar blijken. Daarna volgt een proces van het gericht in praktijk toepassen van de innovatie en vervolgens het opschalen ervan.

Op dit moment is er niet één publieke organisatie die het innovatieproces op orde heeft door hier op een gestructureerde manier vorm aan te geven. Bij incidenten worden nu oplossingen naar voren gehaald die op zo’n moment ineens draagvlak hebben, het zogenaamde ‘garbage can’ model waarin oplossingen en problemen elkaar in de prullenbak vinden, in het publieke domein zo mooi omgedoopt naar een ‘policy window’, terwijl het werken met kraamkamers voor innovatie en het gericht verder brengen van innovaties zo’n goede manier is om nieuwe toepassingen tijdig gereed te maken en met kennis en kunde op een verantwoorde manier te introduceren.

In mijn boek ‘Van indammen naar laten stromen’ doe ik een aanzet voor een methode waarmee innovatie gestructureerd wordt ingericht. Ik heb zestien casussen beschreven bij de rijksoverheid, een provincie, gemeenten en waterschappen waar men besloot volledig anders te gaan werken. De overeenkomsten in deze casussen bestudeerde ik met behulp van een expertpanel, door deze te vergelijken met casussen waarin men niet slaagde en op basis van wetenschappelijke literatuur. Het betrof uiteenlopende casussen: van meerjarige infrastructurele projecten tot het werken met zelfsturende teams, van het anders omgaan met technologie tot projecten waarin participatie van inwoners centraal stond. Maar de succesfactoren kwamen overeen: men zag kansen en wist deze te benutten, men had het lef om te beginnen met een proces zonder daarvan de uitkomst bij voorbaat te weten, het juiste gedrag werd beloond, er was ruimte voor professionals waarbij zaken tijdig uit het primaire proces werden gehaald en daar weer in terug werden gebracht, er werd op de juiste manier omgegaan met politiek en bestuur en er werd over organisatiegrenzen heen gewerkt. En dat allemaal gebeurde binnen een biotoop die zich richtte op innovatie met een fasering waarin gewoon gestart werd met nieuwe initiatieven, deze werden gevoed, in praktijk werden uitgeprobeerd en vervolgens opgeschaald.

Innovatie laat zich niet sturen of opleggen, maar het is wel mogelijk om de innovatiestroom gericht vorm te geven, te monitoren hoe het verloop van innovaties plaatsvindt en om deze gericht verder te brengen door investeringsbeslissingen te koppelen aan fasen van innovatie. Op deze manier hoeven publieke organisaties zich niet te laten overvallen door nieuwe ontwikkelingen. Maar ook zorgt het ervoor dat publieke organisaties bij nieuwe technologische ontwikkelingen vroegtijdig kunnen aanhaken en ervoor kunnen zorgen dat deze vorm krijgen op een manier die voor ons allemaal prettig is en niet alleen voor enkele bedrijven die er hun voordeel mee doen. Publieke organisaties zijn van binnenuit waardengedreven, hoeven zich niet te ontfermen over korte termijn winstgevendheid en kunnen daarmee met tijd en aandacht helpen om nieuwe toepassingen tot stand te laten komen. Dat is een mooi en spannend proces dat helpt bij het trotseren van maatschappelijke uitdagingen, dat de mensen die bijdragen aan publieke doelstellingen energie geeft, maar dat ook nog eens helpt om het innovatief vermogen van de Nederlandse economie te vergroten.

De titel van de blog is geïnspireerd op de titel van de presentatie van Mathieu Weggeman op het tweede lustrum van Haags Beek. Mathieu Weggeman is de inspirator voor het boek Van indammen naar laten stromen.

Nieuwsbrief

Iedere week stellen wij met veel aandacht een nieuwsbrief samen over één van onze thema's. Vink aan waarover u de nieuwsbrief wilt ontvangen.

Onze nieuwsitems zijn kort, zonder PR-praat en met relevante informatie op het vakgebied. Wij respecteren uw privacy.

Terug naar de Meting innovatiekracht
>Terug naar de Meting innovatiekracht